maandag 25 januari 2010

2D Thema. Les 2

Voor les twee moesten we iets uit de natuur meenemen, bijvoorbeeld een eikel of een kastanje. Ik had allemaal verschillende dingen mee genomen. Bij de eerste tekening moesten we het vel in vieren delen. Op het eerste vlak moest jij tekenen hoe jij vind dat het voorwerp dat je hebt meegenomen op papier gezet moest worden dus mocht met schaduw. Bij de tweede moest je alleen de omlijning van het voorwerp op papier zetten, bij de derde al wat meer detail en de vierde helemaal gedetailleerd maar zonder schaduw. De tweede tekening mochten we het voorwerp groot op papier zetten, en dan moest je zorgen dat twee kanten van het papier geraakt worden. Opzetten met houtskool en dan met pastel uitwerken. Mag met schaduw werken. Ik vind de laatste tekening heel mooi geworden, ik vind de opzet goed gelukt en de uitwerken met schaduw vind ik ook heel duidelijk en sterk geworden.
Als huiswerk heb ik één vel met soft krijt en knopen gewerkt. Door witte en donkere knopen te gebruikten wilde ik zo wat meer schaduw en diepte creëren. De andere tekening heb ik met houtskool en kaarsvet gemaakt. Deze vind ik heel goed gelukt.

2D Thema. Les 1

Voor de eerste les moesten we een steen meenemen, twee grote picasso papier vellen, wit en zwart soft pastel en houtskool.
Als eerst moesten we de lijnen van de steen op papier zetten. Je moest heel goed naar de steen gaan kijken en kijken hoe hij eruit ziet en hoe de lijnen lopen. Dit is best moeilijk want je mag niet met schaduw werken, dus je moest echt heel goed kijken hoe de lijnen van de steen lopen om het goed op papier te zetten. Bij de tweede tekening moesten we weer de lijnen op papier zetten en dan mocht je de lijnen die belangrijk zijn wat dikker aan zetten, en de wat minder belangrijke lijnen dunner maken. Ik vond dit wel lastig want ik ben dan snel geneigd om het veel dikker te maken en te wrijven en dat mocht niet.
Als huiswerk opdracht moesten we twee kleine vellen met daarop een steen maken. Het doel van de huiswerk opdrachten is dat je wat meer met materialen gaan experimenteren. Ik heb hier met verf en vet krijt gewerkt.

zaterdag 26 december 2009

Periode 2, les 4

In deze les ben ik weer verder gegaan met gutsen. Ik wist niet helemaal meer wat ik moest doen en of het wel goed ging. Ik heb aan Roel gevraagd wat hij er van vond. Hij vond dat ik soms iets te veel kraste waardoor je goed zag dat het gegutst was. Hij heeft heel veel voorbeelden elke les weer laten zien en hij zei ook dat ik iets meer zwart wit moest handelen. Zoals hij dat al een paar keer heeft uitgelegd. Ik vind dat hij gelijk heeft. Ik moet wat meer vlakken maken en wat minder guts strepen. Ook moet ik wat meer in vlakken gaan werken. Er is nog een hoop te doen.

Periode 2, les 3

In deze les heeft Walter ons uitgelegd hoe je moet zeefdrukken. Hieronder zie je hoe dat allemaal gaat. Verder in deze les ben ik door gegaan met hoogdrukken en met gutsen. Ik ben nu met vier planken bezig, deze guts en druk ik om de beurt. Zo heeft Roel verteld dat je te werk moet gaan. Ik merk wel dat ik het moeilijk vind om abstracte afbeeldingen te maken. Bij mij worden het al gauw bekend vormen. Ik ga gewoon door met gutsen en drukken en ik hoop dat ik dan verbetering krijg te zien.

Sjabloondrukken kan op allerlei materialen.


Wat heb je nodig:

Een zeef. Er zijn verschillende formaten en er is verschil in de zeef zelf dus hoe dicht of juist minder dicht de zeef is. Het is dus handig om te vragen welke zeef je het best kan gebruiken.

Sjabloon moet erop komen:

Op fotografische wijze komt de afbeelding erop.

Je pakt een lichtgevoelige emulsie. Je vult de ijzere bak met emulsie. Dit moet je vlot doen want door het daglicht reageert hij snel. De ijzere bak langs de zeef halen en dit doe je aan beide kanten.

In grote blauwe lade kast moet het zo’n 20 tot 30 min drogen, dit kan ook langer. Het kan ook een week erin liggen, dus je kan makkelijk dit eerst doen en dan een week later terug komen om verder te gaan.

Overgebleven emulsie gaat terug in de pot. Bakje zet je in het water in het schoonmaak hok.

De inkten zijn op waterbasis.

Keramiek en glas zijn met andere inkten.

Je hebt verschillende inkten bijvoorbeeld ook met glitters en verschillende diktes. Dit gebruik je dan ook op verschillende materialen. Je hebt standaard inkt voor papier en stof.

Je kan ook met chocolade saus drukken.

Hoe belicht je een zeef:

In de hoek staat het licht apparaat. Daarmee belicht je de zeef. Je legt de tekst op de zeef. De emulsie wordt hard behalve waar het zwart is dus de tekst op afbeelding wordt niet hard.

Het kan ook met gewoon wit papier, die moet je dan door de olie halen in het fotomachine. Zo wordt het papier wat transparanter.

Je kan ook eventueel voorwerpen op de zeef leggen, alleen moet je dan uitkijken met scherpe materialen voor de zeef.

Je legt de tekst of afbeelding op de zeef, de zeef leg je onder de glazen plaat. En die zet je vast. De lucht wordt weggezogen, plaat wordt boven tegen de glasplaat gedrukt. Gordijn dicht en het licht springt vanzelf aan.

Afbeeldingen, motieven. Het kan soms ook met grijstinten of kranten foto’s. Plaatje omzetten in raster, zo kun je de foto’s laten drukken.

Druk van kleuren foto’s. Plaatjes printen bij de pc in het zeefdruk hok. Dan komen er 4 printjes uit namelijk 1 in het blauw, 1 in het zwart, 1 in het rood en 1 in het geel.

Ben je klaar, dan maak je de glasplaat los. Haal je de zeef eruit. Dan spoel je de zeef af aan beide kanten in het spoelhok.

Je neemt het papier mee waarop je wilt drukken.

De kosten zijn 2,50 voor het maken van een zeef, en 0,50 voor de inkt.

Zeef schoonmaken. Chemicaliën erop sproeien. Goed het erin borstelen en dan afspoelen. Hoge drukspuit erop en oordoppen op.

30 sec tot 1 min moet je de inkt laten drogen.

Je zet een tekst op de zeef. Nu wil je een deel van de tekst afdrukken. Je plakt dan gewoon het deel dat je niet wilt af. Nu hoef je niet elke keer een nieuwe zeef te maken, maar hoef je alleen voor de inkt te betalen. Na het drukken schoonmaken en dan weer een ander deel afplakken.

Periode 2, les 2

In deze les heeft Roel ons uitgelegd hoe je moet hoogdrukken.

Eerst de bovenlaag van de inkt pot eraf schrapen met het mes. Dit aan de boven kant van de steen smeren. Dan met de roller de inkt verdelen over de hele steen. Dan de roller over je houtsnede halen, de roller alle kanten op rollen zodat hij goed egaal zwart wordt.
Voordat je de plank neerlegt op de hoogdruk machine moet je eerst goed kijken of de goede dikte hout planken onder het hoogdruk machine liggen. Als het de goede dikte planken zijn leg je jouw plank erop, tussen de lange planken in. Je legt een papier over je plank heen en daarover leg je de doek. Dan draai je het aan allebei de kanten los en draai je het weer vast, en daarna geef je aan nog een klein duwtje zodat hij goed vast zit. Dit moet je aan allebei de kanten zelf doen zodat het aan beide kanten gelijk zit. Als je dat met zijn tweeën doet kan het zijn dat het niet gelijk is en dan wordt de druk niet goed gedrukt.

Dan draaien aan de machine. En de doek eraf halen en dan het papier. Het papier in het droogrek leggen, en de plank met kranten schoonmaken. En verder gutsen maar..

In deze les ben ik begonnen met hoogdrukken. Ik had dit nog nooit gedaan. Ik merkte meteen dat als je het een paar keer hebt gedaan dat je het dan snel onder de knie kreeg. Na het drukken ging ik weer verder met gutsen en daarna ging ik weer drukken om te kijken wat ik nog meer moest weghalen. Ik heb veel in deze les kunnen doen en heb ook veel geleerd.

Periode 2, les 1

In deze periode gaat we beginnen met hoogdruk. We hebben een boek gelezen, en dit mocht een thriller of een boek uit de Griekse mythologieën zijn. Ik heb het boek alles te verliezen van Esther Verhoef gelezen. Uit het boek moest je een stuk tekst halen dat jou aansprak. Bij dit stuk tekst is het de bedoeling dat we 4 hoogdrukken gaan maken. Dus 4 verschillende afbeeldingen maken. Deze afbeeldingen moeten niet te letterlijk worden. Roel heeft heel veel voorbeelden laten zien.

maandag 19 oktober 2009

Opdracht 5



In deze opdracht hebben we gewerkt met woorden. De woorden konden horizontaal en verticaal neergezet worden. De vorm van de verschillende letters hebben we overal vandaan gehaald. Per woord konden de letters verschillende vormen hebben. Het ging erom dat de letters in een goede verhouding ten opzichte van elkaar stonden. Alle kleuren verf waren toegestaan en ik heb vooral met blauwtinten gewerkt, met af en toe een rode uitspatting.

Ik begon heel goed en snel. De woorden had ik al snel in mijn hoofd, en de letters haalde ik overal vandaan. Het lastige was het schilderen. Ik had besloten om een of twee kleuren te gebruiken, omdat ik bij de vorige opdracht niet helemaal weg was van mijn kleuren. Ik wilde het ook een beetje rustig houden, en een geheel maken. Ik heb voor de kleuren blauw en rood gekozen. Mijn eindresultaat vind ik best goed gelukt.